Skip to main content
MyLedgnd, Sensoren

Plantstress herkennen: wat je plant je vertelt, maar jij nog niet ziet

Als teler weet je als geen ander hoe belangrijk waarnemen in de kas is. Je kijkt naar bladstand, groei en kleur, en je rekent op je ervaring. Maar plantstress herkennen met het blote oog lukt vaak pas als de plant er al een paar dagen last van heeft.

Een plant zet zijn fotosynthese op een lager pitje, sluit zijn huidmondjes of remt zijn groei, terwijl er aan de buitenkant niets te zien is. In dit artikel lees je hoe je die onzichtbare stress wel ziet, met een voorbeeld uit een tomatenkas.

In het kort

  • Plantstress begint vaak dagen voordat je hem ziet aan blad of groei.
  • Met fotosynthese-efficiëntie en PAR zie je wanneer je gewas het licht niet meer goed benut.
  • In een tomatenkas lag de lichtafwijking vier dagen boven de 40%, terwijl de plant er gezond uitzag.
  • Zie je het op tijd, dan kun je bijsturen met schermen, vocht of minder licht.

01

Waarom is plantstress herkennen zo lastig?

Een plant laat stress eerst van binnen zien. Hij benut het licht minder goed, verdampt anders of legt minder CO₂ vast. Pas als dat een tijd aanhoudt, zie je het terug in bladstand, kleur of groei. Dan heeft de stress je vaak al opbrengst, energie of kwaliteit gekost.

Niet elke stress is overigens schadelijk. Onderzoek van WUR voor Kas als Energiebron laat zien dat korte, milde stress een plant soms juist compacter en weerbaarder maakt. Het gaat erom hoe lang de stress duurt en of de plant daarna herstelt. Dat zie je alleen als je meet.

Wacht je tot je het ziet, dan ben je vaak te laat.

02

Hoe herken je plantstress die je nog niet ziet?

Je klimaatcomputer vertelt je wat je de plant aanbiedt. Om plantstress te herkennen wil je weten wat de plant daarmee doet. Dat is het verschil tussen sturen op klimaat en sturen op de plant.

In dit voorbeeld gebruiken we twee metingen, automatisch verzameld en samen getoond in MyLedgnd:

  • De fotosynthese-efficiëntie: hoe goed het blad het opgevangen licht omzet in energie. Een sensor zoals de CF2GO meet die contactloos, via de fluorescentie van het blad.
  • PAR op bladniveau: hoeveel licht er beschikbaar is voor fotosynthese.

Leg je die twee naast elkaar, dan krijg je de lichtafwijking: hoeveel van het aangeboden licht je gewas op dat moment niet benut. Hoe hoger de lichtafwijking, hoe meer licht er niet naar fotosynthese gaat. Wil je het per dag samengevat zien, dan helpt de fotosynthese prestatie index (PPI).

03

Praktijkvoorbeeld: stress in een tomatenkas

Deze situatie deed zich voor in een tomatenkas, eind juni. De kas draaide zoals altijd: ledbelichting, ventilatie en watergift volgens de standaardinstellingen. Aan het gewas was niets bijzonders te zien.

De sensor registreerde continu de efficiëntie en zette die af tegen het aangeboden licht. In de grafiek hieronder zie je wat er gebeurde.

Grafiek uit MyLedgnd: de lichtafwijking van een tomatengewas eind juni.

Wat zie je in de data?

Van 25 tot en met 28 juni ligt de lichtafwijking boven de 40%. Een groot deel van het licht gaat dan niet naar fotosynthese. Aan de buitenkant van de plant was op dat moment nog niets te zien.

Een hoge lichtafwijking betekent dat de plant meer licht krijgt dan hij goed kan verwerken. Dat licht kost wel energie, maar levert weinig op. Houdt het dagen aan en herstelt de plant 's nachts niet goed, dan kan het fotosynthetische apparaat beschadigd raken, met gevolgen voor groei en opbrengst. Een uitgebreider voorbeeld zie je bij de fotosynthese-efficiëntie in een tomatenteelt.

04

Wat doe je als je plantstress ziet?

Zie je de lichtafwijking oplopen of de fotosynthese-efficiëntie wegzakken, dan heb je tijd om bij te sturen voordat het gewas het laat zien. Welke ingreep past, hangt af van de oorzaak.

Te veel licht

Benut de plant het licht niet meer, dan kun je schermen of de belichting dimmen. Zeker aan het eind van een zonnige dag levert extra licht dan weinig op.

Te droge lucht

Loopt de verdampingsvraag hard op, dan kan de plant zijn huidmondjes sluiten en neemt hij minder CO₂ op. Kijk dan naar de VPD tussen het gewas.

Geen herstel 's nachts

Komt de efficiëntie 's nachts niet terug op het normale niveau, dan had de plant de dag ervoor te veel te verwerken. Een reden om de volgende dag rustiger te sturen.

Zie een daling altijd als een spoor, niet als bewijs. Kijk ook in het gewas, en leg de data naast wat je zelf ziet.

Veelgestelde vragen

Wat is onzichtbare plantstress?

Stress waarbij de plant al minder goed functioneert, bijvoorbeeld doordat hij licht minder goed benut of zijn huidmondjes sluit, terwijl je aan bladstand, kleur of groei nog niets ziet. Je herkent het pas in metingen van de plant zelf, zoals de fotosynthese-efficiëntie.

Welke sensoren heb je nodig om plantstress te herkennen?

Minimaal een PAR-sensor op gewashoogte en een plantmeting, zoals een sensor voor fotosynthese-efficiëntie. Met temperatuur en luchtvochtigheid tussen het gewas zie je ook de VPD. Er zijn verschillende plantfeedbacksystemen, elk met een eigen meetprincipe.

Is elke vorm van plantstress slecht?

Nee. Korte, milde stress kan een plant compacter en weerbaarder maken. Schadelijk wordt het als de stress lang duurt of als de plant 's nachts niet herstelt. Daarom kijk je naar duur en herstel, niet naar één losse piek.

Bronnen

  1. Sturen op stress: wanneer is het (nog) nuttig, Wageningen University & Research voor Kas als Energiebron, 2022
Whitepaper

Zo herken je onzichtbare plantstress

Telers die sturen op data, behalen betere opbrengsten én besparen kosten.
  • Voorbeeldcases uit de praktijk van onzichtbare plantstress
  • Welke vormen van plantstress er zijn
  • Welke stresssignalen je mist
  • Wat de gevolgen zijn en hoe je stress voorkomt
Download de whitepaper
Jorn Boone

Jorn Boone

Marketing Expert

Vaktechnisch gecontroleerd door [invullen: naam plantfysioloog]

Benieuwd geworden?

Benieuwd naar wat Ledgnd voor jou kan betekenen? Laat dan je telefoonnummer achter – nemen wij zo snel mogelijk contact met je op voor een vrijblijvend informatie gesprek.